ochtendgloren

image

‘In mijn droom maakte ik kennis met je nieuwe vriendin. Ik zat op haar Portugese keukenvloer, of ik lag, vraag me niet waarom, en ineens verscheen haar lachende gezicht ondersteboven boven me. “Hoi,” zei ze en ik werd aangestoken door haar vrolijkheid.
Maar zoals dat in dromen gaat, was ze ineens weer anders, een beetje groezelig en ook haar woonkamer bleek nogal somber. Je nieuwe liefde leek te verdwijnen in haar bruine bank.
“Heb je een auto?” vroeg ze.
“Ja, maar niet bij me,” antwoordde ik. Dat vond ze jammer, want ze had erop gerekend dat ze hem kon lenen om naar Hoofddorp te gaan. Ook in de droom vond ik dat opvallend.

Tot mijn opluchting kwam jij toen binnen. En toen ik opstond en zei dat ik moest gaan, zei je dat je met me meeging.
Dat maakte me zó blij.
“Moet je geen dag zeggen?” vroeg ik.
“Nee, ik ga even trainen en dan kom ik hier weer terug,” zei je.
Het deed pijn.

Niet veel later werd ik wakker. Het was pas een uur of vijf, maar ik kon niet meer slapen. Ik verbaasde me ineens over mijn overtuiging dat dingen die ooit een geheel waren, altijd heel moeten blijven. Waarom deed ik altijd zoveel moeite mensen bij elkaar te houden? Moest ik nu zelfs getuige zijn van een nieuwe liefde en dat opzoeken? Waarom eigenlijk?

Ik besloot ervan weg te lopen en dat doe ik nu. Het enige waarvoor ik nog omkijk is om naar de vriendin uit de droom te gluren. Ik kan niet geloven dat ik een vrouw met dikke benen en brede knieën voor je heb verzonnen.’

This entry was posted in archief.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Do the math: